De coöperatie

LeLi Holland is vanaf 2014 een bij de Kamer van Koophandel geregistreerde coöperatie, bij notariële akte opgericht;

 “om gecontroleerde coöperatieve cannabisteelt te faciliteren teneinde een valide bemonstering mogelijk te maken voor deugdelijke labanalyse ten behoeve van het verplicht verstrekken van ingrediënteninformatie met doceerindicaties én gebruiksrisico’s bij de gedoogde cannabisverkoop.”

 

LeLi Holland staat een ‘social enterprice’ voor. Dit wil zeggen: de organisatie van intervisie / deskundigheidsbevordering ten dienste aan een wetenschappelijk verantwoorde methodiek t.b.v. valide representatieve bemonstering door gecontroleerde teelt vormgegeven onder lokaal maatwerk. Dat kan binnen / door de coöperatie worden georganiseerd middels drievoudige controle;

-Administratieve controle via een Good Agricultural Practise (GAP) kweek-logboek met bijvoorbeeld ook electriciteitsbeheer (peer-reviews/coop-intervisie/VWS-inspectie vanwege opiumontheffing.)

-Fiscale controle, door de loon en inkomstenbelasting (dan wel via pay-rolling) en monitoring op bedrijfsvoering, door gezamenlijk ingekochte accountancy.

-Chemisch analytische controle, summum van de kwaliteitscontrole door een wetenschappelijke labanalyse met bemonsteringsafspraken bij een extern universiteitslab t.b.v. valide en representatieve etikettering van aangeboden cannabis voor de gedoogde verkoop. Inclusief controle door waterschap/gemeente op het riool bij de kweekaccommodatie, zodat er een borging is dat er geen additieven bij de teelt zijn gebruikt en geen chemische residuen in het grondwater terecht komen (reststromen-controle c.n.f. gemeente Naaldwijk/SIMM, persoonlijke communicatie James Burton 2015 & p. 25 Regulering Hennepteelt, Peters & Uland, gemeente Heerlen, 2015 http://www.1limburg.nl/sites/default/files/public/business-case-regulering-hennepteelt.pdf).

Daarnaast kan op het gebied van logistiek/transport/beveiliging t.b.v. de gecontroleerde kweek met bemonstering naar het lab voor de bevoorrading naar de gedoogde verkoop deze gezamenlijk worden ingekocht namens de coöperatie LeLi Holland.

Een onderzoek onder lokaal maatwerk en de aanvraag van een opiumontheffing bij VWS in het kader van wetenschappelijk onderzoek vanuit en t.b.v. de handhaving op Opiumwet 3b lid 2 betekent voor LeLi Holland de inzet op een transparante, controleerbare methodiek m.b.t. gecontroleerde kweek en bemonstering naar een lab t.b.v. valide etiketinformatie per gram cannabis naar de gedoogde verkoop.

Qua randvoorwaarden voor de handhaving op Opiumwet 3b lid 2 en uiteindelijk het implementeren van structureel Camuletbeleid op basis van de onderzoekservaringen wil LeLi Holland met gemeenten graag kijken naar de randvoorwaarden voor een regionaal wetenschappelijk onderzoek met de gecontroleerd geteelde en geëtiketteerde cannabis van bekende kweek herkomst. Met name op het gebied van het vast te stellen onderzoeksvolume door een conforme nulmeting (expliciet niet de omzet), waar in geval het een coffeeshopgemeente betreft de assistentie van de Belastingdienst via een ontheffing van art. 67 AWR tot de mogelijkheden behoort. Bij een nul-optie gemeente die de gehele cannabisketen onder gecontroleerde condities zou wensen met een coffeeshop 2.0 vanuit een openbare orde belang, c.q. tegengaan straathandel, zal een reëel onderzoeksvolume gelet op de regionale context kunnen worden aangegeven. Evaluatie van de onderzoeksresultaten en bevindingen met ervaringen vanuit de gemeente vooraf en gedurende de onderzoeksperiode behoort voor de coöperatie uiteraard tot het stappenplan; Teneinde uiteindelijk onder lokaal maatwerk en een handhavingarrangement gezamenlijk met de deelnemende gemeente geloofwaardig cannabisbeleid te kunnen ontwikkelen.

LeLi Holland voorziet in het vinden van een geschikte gecontroleerde kweeklocatie(s) met geschikte beveiligingsmogelijkheden, bij voorkeur een kas voor de gecontroleerd geteelde geëtiketteerde cannabis van bekende herkomst. Daartoe heeft LeLi Holland reeds een handreiking gemaakt middels bouwtekeningen voor hoe een kweeklocatie er idealiter uit zou kunnen zien (zie paragraaf ‘Cannabiskweeklocatie’).

LeLi Holland staat met de coöperatieve rechtsvorm en expertise een “social enterprice” voor die ten behoeve van een volksgezondheidsbelang samenwerking met overheden zoekt om door de “Realisatie van Camuletbeleid” een bestendiging van de “scheiding der markten” mogelijk te kunnen maken.

 Een coöperatievorm met haar uitvoerende onderdelen (Teeltlocatie & zo mogelijk een eventuele CCO naast huidige coffeeshops) worden ingezet om Camuletbeleid vorm te kunnen geven.

Het LeLi Holland-model is een coöperatief model. Dit model geniet momenteel aan groeiende populariteit. De traditionele coöperatie wordt tegenwoordig juist als eigentijds en modern gezien en kent een groei in diverse maatschappelijke contexten. Met name is ze als ‘social enterprise” in opkomst, “een onderneming die als doel heeft een bepaald maatschappelijk probleem aan te kunnen pakken.” (Voorbeelden zijn te vinden in de zorgsector, energiesector, voedingssector, woning(bouw)sector.)

Om een duurzame oplossing te vinden voor de aanpak van het maatschappelijke probleem van een ongecontroleerde toelevering aan coffeeshops zal een organisatievorm noodzakelijk zijn, waaraan zowel de regionale overheid als de samenleving, zoals een cannabis-consument kan deelnemen en bijdragen. Deze samenwerking is onontbeerlijk voor het slagen van een beoogde onderzoekspilot, die zal leiden tot een update van het cannabisbeleid waarbij het verstrekken van valide etiketinformatie de cannabisconsument tot weloverwogen aankoopkeuzes moet kunnen voorlichten. Tevens is bij de aanvraag van een opiumontheffing een vereiste dat er een rechtsvorm is. De coöperatie is ons inziens een rechtsvorm die vanuit een maatschappelijke betrokkenheid geschikt is om de methodiek van valide bemonstering te borgen, daar middels deugdelijke labanalyses door een gecontroleerde wijze van bevoorrading van coffeeshops consumenten bij de gedoogde verkoop van deugdelijke etiketinfo kunnen worden voorzien.

Leli Holland bezit de noodzakelijke visie en expertise om deze gecontroleerde wijze van bevoorrading een gezicht te geven, om intervisie/deskundigheidsbevordering aan coöperatie-leden aan te bieden, als onderdeel van haar methodische aanpak m.b.t. een kweekaccommodatie (zie paragraaf ‘Cannabiskweeklocatie’) die ontworpen is om aan de eisen m.b.t. veiligheid en gecontroleerde teelt te voldoen.

LeLi Holland verbindt een maatschappelijke “social enterprise” rechtsvorm en expertise ten behoeve van een volksgezondheidsbelang, waarin door “Realisatie Camuletbeleid” een borging van de ‘scheiding der markten’ mogelijk wordt gemaakt.

De lokale overheid kan en mag ervoor kiezen om binnen de huidige wetgeving en haar gemeente een onderzoekspilot te laten plaatsvinden door Camuletbeleid te ontwikkelen en te faciliteren. Het signaal welke ze hiermee afgeeft is dat ze een volksgezondheidsbelang – valide geïnformeerde voorlichting over de samenstelling van cannabis – juist ook ten dienste aan preventie, expliciet onderschrijft. Coffeeshops in gemeenten kunnen door de “beperkingen” van het gedoogbeleid momenteel niét verplicht worden om etiketinformatie aan haar clientèle te verstrekken. LeLi Holland gaat er vooraleerst vanuit dat die gemeenten waarin voor een praktijkgericht onderzoekstraject wordt gekozen, coffeeshops binnen de gemeentegrenzen gaat verzoeken om medewerking te verlenen aan het ontwikkelen van Camuletbeleid, door cannabisproducten die hun oorsprong vinden uit de gecontroleerde teelt en voorzien zijn van valide etiketinformatie, aan haar coffeeshopklanten aan te bieden binnen een onderzoekspilot. Nadat deze fase met een wetenschappelijk rapport wordt afgesloten en de onderzoeksresultaten hierbij de betekenis voor de volksgezondheid blootleggen, kan door een voortzetting van het verstrekken van valide etiketinformatie bij de gedoogde verkoop door een gemeente voor cannabisbeleid worden gekozen waarbij coffeeshops dus, gelet op de verlenging van de gedoogbeschikking (en de handhaving op specifiek het wet camulet opiumwetsartikel), voortaan verplicht worden tot het verstrekken van valide en representatieve etiketinformatie per gram bij de gedoogde verkoopcontext. Daarmee wordt Camuletbeleid in feite ook na een onderzoeksfase bestendigd! Voorgaand werd aangegeven dat valide etiketinformatie per gram cannabis kan worden verkregen door gecontroleerde teelt van bekende kweek herkomst, wat nodig is voor de bemonstering naar een wetenschappelijk lab. Hiermee kan de weg van de bevoorrading van de coffeeshop door de illegale teelt definitief worden afgesneden.

Leon Lichtendahl, de initiator van LeLi Holland, heeft het plan ontwikkeld voor een eventuele CCO (Centrum Culturele Ontmoeting), “coffeeshop nieuwe stijl”, om een verkoop- en gebruiksomgeving te realiseren ten behoeve van een onderzoekspilot “Start Camuletbeleid”.

Indien een gemeente de mogelijkheid ter hand zou willen nemen tot een CCO, naast bestaande coffeeshops, is binnen een onderzoekstraject vanaf de aanvang bij een mogelijke CCO uitsluitend cannabis uit gecontroleerde teelt met valide etikettering aanwezig en is er geen enkele aanvoer van cannabisproducten van onbekende kweek herkomst. In de bijlage met paragraaf CCO, “coffeeshop nieuwe stijl” leest u onder andere uitgebreid hoe een transparante bedrijfsvoering een digitale controle door (gemeentelijke) opsporingsambtenaren en consumenten mogelijk zou kunnen maken. Letterlijk heeft is op elk moment digitaal inzage in de aanwezigheid van cannabisvariëteiten en hoeveelheden, zowel voor de verkoop als op voorraad. Elke cannabissoort is vergezeld van specifieke gebruiksinformatie en kan aldus naast gebruiksvolumes worden gelegd bezien vanuit een onderzoekspilot, én dus worden onderzocht.

Om Camuletbeleid te ontwikkelen en te implementeren in de praktijk heeft de gemeente een maatschappelijke partner nodig, en is de gemeente ten dele afhankelijk van initiatieven uit die samenleving. De gemeente wordt derhalve door LeLi Holland uitgenodigd om gezamenlijk inhoud te geven aan de onderzoekspilot om de onderzoeksdoelen m.b.t. gebruikspopulatie, volume en trajecten te formuleren onder lokaal maatwerk. In de kern gaat het er dus om deze wetenschappelijke voorlichting middels labanalyse op basis van gecontroleerde teelt en de aanvraag van een opiumontheffing te onderschrijven. LeLi Holland brengt door juridische en wetenschappelijke onderbouwing en een praktische invulling hiermee haar deel in voor de ontwikkeling en uitvoering van het Camuletbeleid.

Overeenstemming zoeken hoe hierbij onder lokaal maatwerk (bijvoorbeeld t.a.v. de participatie van bestaande coffeeshops in een regio, de werkelijke gemiddelde handelsvoorraad en onderzoeksduur) rekening kan worden gehouden met de specifieke ideeën en wensen m.b.t. het traject om een ontheffing aan te vragen zal hierbij aan de orde komen. Zo ook betreft de personele invulling van de kweekaccommodatie en de rol en deelname van de gemeente en haar coffeeshops (dan wel een eventuele CCO & de sollicitatieprocedure voor de bemanning van CCO indien de gemeente daartoe zou besluiten). En de vergunningen en plaats voor de accommodatie, alle andere procedures m.b.t. controle, aanspreekbaarheid en aansprakelijkheid. Nadat dit overleg met een lokale overheid tot een samenwerking heeft geleid, kan LeLi Holland bijvoorbeeld een kweekaccommodatie in eigen beheer laten bouwen (zie paragraaf ‘Cannabiskweeklocatie’). Voor een betekenisvolle ontheffingsaanvraag is namelijk de aanwezigheid van een deugdelijke teeltlocatie noodzakelijk (wat bij de CSC Utrecht aanvraag ondersteund door wethouder Everhardt niet het geval was, en bij de Amsterdamse CSC juist wel bijvoorbeeld). Over het eigenaarschap van de kweekaccommodatie kan nog opgemerkt worden dat gemeentelijke participatie hierin eveneens een punt van overleg is, vooral als huur van gemeentelijk vastgoed tot de mogelijkheden zou behoren.

De regionale overheid kan en mag ervoor kiezen om binnen de huidige wetgeving én haar gemeente een onderzoekspilot te laten plaatsvinden waarin Camuletbeleid kan worden ontwikkeld en gefaciliteerd.

De samenleving is in de coöperatie vertegenwoordigd door leden. De kern van een coöperatie is het hebben van leden, die geen aandeelhouder zijn, maar betrokken leden die samenwerken als doel hebben. Als een speciale soort vereniging gaat de coöperatie overeenkomsten aan met en voor haar leden. LeLi Holland beoogt onderzoek te doen naar draagvlak voor de coöperatie binnen de regio en nodigt geïnteresseerde burgers uit om lid te worden, het coöperatie-doel te onderschrijven, door elkaar te ondersteunen en door in elkaar te investeren. Regionaal draagvlak om een onderzoekstraject naar gecontroleerd geteelde en ge-etiketeetrde cannabis te ondersteunen wordt afgelezen aan het aantal leden die zich in de coöperatie gaan verenigen en dus ook de ontwikkeling van Camuletbeleid onderschrijven. Het verstrekken van valide etiketinformatie op basis van coöperatieve gecontroleerde teelt zal de cannabisconsument tot weloverwogen aankoopkeuzes kunnen voorlichten en preventiewerkers binnen hun werk nadere handvatten kunnen bieden.

Alle leden vormen tezamen de coöperatie. Door lid te worden en te investeren ontstaat zeggenschap en stemrecht. De leden kiezen een bestuur en ledenraad en zijn daardoor nauw betrokken bij het nastreven en uitvoeren bij het onderschrijven van het coöperatiedoel. Tevens is hun rol toezicht te houden en investeringen mede te bepalen.

Aan leden die een functie ambiëren bij de teelt van de gecontroleerde cannabis, zowel leidinggevend als uitvoerend, biedt LeLi Holland cursus en trainingsmogelijkheden in het kader van deskundigheidsbevordering en intervisie, waardoor tevens een instroom uit de gemeentelijke integratie- en participatietrajecten tot de mogelijkheden behoort. Het hele pakket van faciliteiten op dit gebied kunt u teruglezen in de paragraaf ‘Participatiemodel’. Bij leidinggevende functies m.b.t. een teeltlocatie geldt als voorwaarde dat aan deze cursussen succesvol moet zijn deelgenomen, omdat strenge eisen worden gesteld aan de kwaliteit en continuïteit van de gecontroleerde cannabisteelt, om daarmee het doel, met name rond een onderzoekstraject, te kunnen waarborgen.

De oprichter van LeLi Holland heeft ook een participatiemodel uitgewerkt op grond waarvan mensen gemotiveerd worden een keuze te maken om (aspirant)lid te worden. Belangrijk voor dit participatiemodel is dat het bedoeld en bereikbaar is voor alle mensen uit de samenleving en dus niet alleen voor een beperkt aantal leden van een ‘club’ of alleen “de meer commerciëlere jongens” die louter economische belangen zien in de cannabisteelt en deze met kapitaalkracht willen privatiseren.

Voor het laten slagen van “Start Camuletbeleid” is een coöperatie noodzakelijk die de visie van gemeente en samenleving kan samenbrengen in haar statuten en bedrijfsonderdelen; (Cannabiskweeklocatie en zo mogelijk een eventuele CCO) om onbelast een transparante maatschappijbetrokken bedrijfsvoering te introduceren gericht op continuïteit en duurzaamheid.