Onderzoekspilot

De regionale overheid kan en mag ervoor kiezen om binnen de huidige wetgeving én haar gemeente een onderzoekspilot te laten plaatsvinden waarin Camuletbeleid kan worden ontwikkeld en gefaciliteerd.

Voor het aanpakken van een maatschappelijk probleem van een ongecontroleerde toelevering naar coffeeshops, waarbij de consument nog steeds niet weet wat er precies in een gram cannabis zit, beoogt LeLi Holland een onderzoekspilot te initiëren naar de introductie van gecontroleerd geteelde en geëtiketteerde cannabis op het moment van gedoogde verkoop.

Onderzoeksinstituten die hierbij al interesse hebben getoond, kunnen betrokken worden bij de uitvoering van een onderzoekspilot. LeLi Holland zoekt als coöperatie bij de opzet en uitvoering van een onderzoekspilot hierbij steun bij lokale overheden, vandaar ook de uitnodigingen aan gemeenten via de aanbiedingsbrief (zie ook de paragrafen bij ‘Stappenplan’).

Artikel 3b lid 2 Opiumwet, ‘Wet Camulet’, is de inspiratie vanuit de wetgeving zelf voor een wetenschappelijk praktijkgericht onderzoek i.v.m. het ontbreken van een ‘cannabisbijsluiter’ bij gedoogde verkoop. Omdat het hierbij om psychotrope stoffen gaat, is dit een curieuze kwestie. Door het uitvoeren van een onderzoek naar gecontroleerde, geteelde en geëtiketteerde cannabis in coffeeshops wordt in wezen een update van het cannabisbeleid gerealiseerd. Deze geeft op langere termijn een doorkijk op het faciliteren van een duurzaam Camuletbeleid vanuit het hogere doel van de volksgezondheid. Camuletbeleid beoogt verstrekking van valide etiketinformatie bij de gedoogde verkoop op basis van een drievoudige gecontroleerde (coöperatieve) teelt van bekende kweekherkomst, zodat consumenten geïnformeerd worden over de ingrediënten van cannabis en hierdoor gevrijwaard blijven van schadelijke toevoegingen als pesticiden. Bij de strekking van Wet Camulet gaat het dan ook om wetenschappelijk onderzoek en valide voorlichting over cannabis bij gedoogde verkoop ter hand te nemen ten behoeve van de volksgezondheid. En daarmee de zelfbeschikking van de consument (met optie zelfvoorziening via kleinschalige thuiskweek), iets dat bij Camuletbeleid uiteindelijk op een duurzame wijze kan worden gefaciliteerd in en met de samenleving en dus ook kan interfereren met openbare orde aspecten. Internationaal zijn er momenteel veel ontwikkelingen op het gebied van regulering en legalisering van cannabisbeleid aan de orde, maar ook lokaal vanuit gemeenten is de roep om het aanpakken van een maatschappelijk probleem als gevolg van een ongecontroleerde toelevering naar coffeeshops herhaaldelijk hoorbaar. Daarbij wordt er regelmatig naar internationale verdragen, de regering en de Tweede Kamer gekeken, maar echter niet in de opiumwet zelf, noch naar een opiumontheffing vanwege praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek. Echter, volgens advocaat Tim Vis “staat er een gemeente niets in de weg om een etiket met ingrediëntinformatie verplicht te stellen ten behoeve van de gedoogde verkoop context” (december 2014 & zie ook paragraaf ‘Juridische visie’).

Voor het kunnen aanvragen van een opiumontheffing in het kader van de handhaving op een specifiek opiumwetsartikel en een onderzoekspilot m.b.t. het verstrekken van ingrediëntinformatie (inclusief doseerindicaties en gebruiksrisico’s) bij de gedoogde verkoop, is een opiumontheffing noodzakelijk (persoonlijke communicatie kantoor Procureurs Generaal, september 2010).

Volgens de richtlijnen bij een opiumontheffing is er een rechtsvorm vereist, in de vorm van een stichting of coöperatie zoals LeLi Holland, die samenwerking zoekt voor praktijkgericht onderzoek. Enerzijds beoogt de coöperatie externe samenwerking met gemeenten en onderzoeksinstituten, waarbij specifieke voor die regio relevante onderzoeksvragen en een onderbouwde onderzoeksduur worden geformuleerd. Hierbij wordt rekening wordt gehouden met lokaal maatwerk (zoals gemeentelijke handhavingarrangementen). Anderzijds bestaat er ruimte voor interne samenwerking van coöperatieleden die bijvoorbeeld als mede-investeerder de onderzoekspilot financiële draagkracht geven en de koers bij mogelijke investeringen gezamenlijk uitzetten en controleren, teneinde bovenal de methodiek van gecontroleerde teelt te onderschrijven voor het verstrekken van een valide cannabisetiket binnen een onderzoekscontext.

Aan coöperatieleden die een functie ambiëren, zowel leidinggevend als uitvoerend, betreffende de teelt van gecontroleerde cannabis in het kader van een onderzoekspilot, biedt LeLi Holland cursus- en trainingsmogelijkheden in het kader van deskundigheidsbevordering en intervisie. Hierbij behoort tevens een instroom uit de gemeentelijke integratie- en participatietrajecten tot de mogelijkheden. Bij leidinggevende functies m.b.t. een teeltlocatie geldt als voorwaarde dat aan deze cursussen succesvol moet zijn deelgenomen, omdat hoge eisen worden gesteld aan de kwaliteit en continuïteit van de gecontroleerde cannabisteelt, om daarmee het doel rond de onderzoekspilot te kunnen waarborgen.

De onderzoekspilot die LeLi Holland beoogt biedt de mogelijkheid van dataverzameling/valide ingrediëntinformatie aan cannabisconsumenten, coffeeshopondernemers en andere belangstellenden. Dit vanwege een volksgezondheidsbelang met onderzoeksinzichten die hiermee tot een verdere continuïteit van Camuletbeleid uitnodigen.

Evaluatie van de onderzoeksresultaten en bevindingen met ervaringen vanuit de gemeente, vooraf en gedurende de onderzoeksperiode, behoort voor de coöperatie uiteraard tot het stappenplan bij een onderzoeksopzet. Teneinde uiteindelijk onder lokaal maatwerk en een ge-update handhavingsarrangement gezamenlijk met de deelnemende gemeente een geloofwaardig cannabisbeleid te kunnen ontwikkelen. Ook economische aspecten zijn bij de drievoudige gecontroleerde coöperatieve teelt t.b.v. een valide bemonstering om een valide etiket met ingrediëntinformatie te verstrekken, binnen een onderzoekspilot degelijk verdisconteerd. Garantie van de toekenning van een opiumontheffing bij de aanpak van een maatschappelijk probleem via de ‘wetenschappelijke aanvliegroute’ zal echter vooraf niet zijn verzekerd. De LeLi Holland coöperatie verkent en onderzoekt hierbij onbelast vanuit bedrijfsmatig opzicht de ruimte die de opiumwet biedt om een transparante, maatschappijgerichte bedrijfsvoering te introduceren, gericht op continuïteit en duurzaamheid.

Voor het laten slagen van “Start Camuletbeleid” is een coöperatie noodzakelijk die de visie van gemeente en samenleving kan samenbrengen in haar statuten en bedrijfsonderdelen (Cannabiskweeklocatie en zo mogelijk/eventueel CCO), om onbelast een transparante maatschappijgerichte bedrijfsvoering te introduceren gericht op continuïteit en duurzaamheid.