Volksgezondheidsbelang

LeLi Holland verbindt de juiste “social enterprise” rechtsvorm en expertise ten behoeve van een volksgezondheidsbelang, waarin door “Realisatie Camuletbeleid” een borging van de “scheiding der markten” mogelijk wordt gemaakt.

 

De lokale overheid kan en mag ervoor kiezen om binnen de huidige wetgeving en haar gemeente een onderzoekspilot te laten plaatsvinden door Camuletbeleid te ontwikkelen en te faciliteren. Het signaal welke ze hiermee afgeeft is dat ze een volksgezondheidsbelang – valide geïnformeerde voorlichting over de samenstelling van cannabis – expliciet onderschrijft. Coffeeshops in gemeenten worden door de “beperkingen” van het lokale gedoogbeleid momenteel niét verplicht om etiketinformatie aan haar clientèle te verstrekken. LeLi Holland gaat er vooraleerst vanuit dat die gemeenten waarin voor een onderzoekspilot wordt gekozen, coffeeshops binnen de gemeentegrenzen gaat verzoeken om medewerking te verlenen aan het ontwikkelen van Camuletbeleid, door cannabisproducten die hun oorsprong vinden uit de gecontroleerde teelt en voorzien zijn van valide etiketinformatie aan coffeeshopklanten aan te bieden binnen een onderzoekspilot. Nadat deze fase met een wetenschappelijk rapport wordt afgesloten en de onderzoeksresultaten hierin de betekenis van het onderzoek voor de volksgezondheid uiteen kunnen zetten, kan door een voortzetting van het verstrekken van valide etiketinformatie bij de gedoogde verkoop door een gemeente voor cannabisbeleid worden gekozen, waarbij coffeeshops dus gelet op de verlenging van de gedoogbeschikking voortaan verplicht worden tot het verstrekken van valide en representatieve etiketinformatie per gram bij de gedoogde verkoopcontext. Daarmee wordt Camuletbeleid in feite ook na een onderzoeksfase bestendigd! Voorgaand werd aangetoond dat valide etiketinformatie per gram cannabis kan worden verkregen door gecontroleerde teelt van bekende kweek herkomst, wat nodig is voor de bemonstering naar een wetenschappelijk lab. Hiermee wordt de weg van de bevoorrading van de coffeeshop door de illegale teelt definitief afgesneden.

Bij Leon Lichtendahl deed dit de vraag oproepen, of er in de onderzoekspilot een medewerking van alle huidige coffeeshops mag worden verwacht om hierin te participeren t.b.v onderzoeksvragen  m.b.t. het cannabisgebruik en aankoopkeuzen van haar clientèle. Om er van verzekerd te zijn om een cannabisconsumentenpopulatie te kunnen bereiken t.b.v. een onderzoekspilot en niet uitsluitend afhankelijk te zijn van de medewerking van gedoogde coffeeshops in deze, biedt wordt de mogelijkheid geopperd tot het inzetten van een “coöperatieve” en eigentijdse inrichting naast de bestaande coffeeshops.
Leon Lichtendahl, de initiator van de coöperatie heeft daartoe het plan ontwikkeld voor een CCO (Centrum Culturele Ontmoeting), “coffeeshop nieuwe stijl”, om een verkoop- en gebruiksomgeving te realiseren ten behoeve van de onderzoekspilot “Start Camuletbeleid”.

In de CCO is vanaf de aanvang uitsluitend cannabis uit gecontroleerde teelt met valide etikettering aanwezig en is er geen enkele aanvoer van cannabisproducten van onbekende kweek herkomst. In de bijlage met paragraaf CCO, “coffeeshop nieuwe stijl” wordt nader ingegaan hoe een transparante bedrijfsvoering een digitale controle door (gemeentelijke) opsporingsambtenaren en consumenten mogelijk wordt gemaakt. Letterlijk heeft iedereen op elk moment digitaal inzage in aanwezigheid van cannabisvariëteiten en hoeveelheden, zowel voor de verkoop als op voorraad. Elke cannabissoort is vergezeld van specifieke gebruiksinformatie en kan aldus naast gebruiksvolumes worden gelegd t.b.v. de onderzoekspilot, én worden onderzocht.

Om Camuletbeleid te ontwikkelen en te implementeren in de samenleving heeft de gemeente een maatschappelijke partner nodig, en is de gemeente ten dele afhankelijk van initiatieven uit die samenleving. De gemeente wordt derhalve door LeLi Holland uitgenodigd om gezamenlijk inhoud te geven aan de onderzoekspilot om de onderzoeksdoelen m.b.t. gebruikspopulatie, volume en trajecten te formuleren onder lokaal maatwerk. In de kern gaat het dus deze wetenschappelijke voorlichting middels lababalyse op basis van gecontroleerde teelt en de aanvraag van een opiumontheffing te onderschrijven. LeLi Holland brengt door juridische en wetenschappelijke onderbouwing en een praktische invulling hiermee haar deel in voor de ontwikkeling en uitvoering van het Camuletbeleid.

Overeenstemming zoeken hoe hierbij onder lokaal maatwerk (bijvoorbeeld t.a.v. openingstijden of werkelijke gemiddelde periodieke handelsvoorraad van huidige coffeeshops) rekening kan worden gehouden met de specifieke ideeën en wensen m.b.t. het traject om een ontheffing aan te vragen, zal hierbij aan de orde komen. Zo ook m.b.t. de personele invulling van de kweekaccommodatie en de rol en deelname van de gemeente en haar coffeeshops (dan wel eventuele CCO), de sollicitatieprocedure voor de bemanning van een kweekaccommodatie en mogelijke CCO, de vergunningen en plaats voor de accommodatie en alle andere procedures m.b.t. controle en aanspreekbaarheid. Nadat dit overleg met een lokale overheid tot een samenwerking heeft geleid, kan LeLi Holland bijvoorbeeld een kweekaccommodatie in eigen beheer laten bouwen (zie paragraaf ‘Cannabiskweeklocatie’). Voor een betekenisvolle ontheffingsaanvraag is namelijk de aanwezigheid van een deugdelijke teeltlocatie noodzakelijk (wat bij de CSC Utrecht aanvraag niet het geval was bijvoorbeeld en bij de CSC in Amsterdam wel bijvoorbeeld). Over het eigenaarschap van de kweekaccommodatie kan nog opgemerkt worden dat gemeentelijke participatie hierin eveneens een punt van overleg is, vooral als huur van gemeentelijk vastgoed tot de mogelijkheden zou behoren.