Wet Camulet

Opiumwet artikel 3b (1928).

  1. Elke openbaarmaking, welke er kennelijk op is gericht de verkoop, aflevering of verstrekking van een opiumwet-middel te bevorderen, is verboden.

Voorlichting over de samenstelling van cannabis die op wetenschappelijke wijze is geanalyseerd geeft invulling aan in het bijzonder een haast vergeten artikel 3b tweede lid van de Opiumwet:

  1. Het in het eerste lid vervatte verbod geldt niet ter zake van openbaarmaking in het kader van medische of wetenschappelijke voorlichting.

Het verstrekken van etiketinformatie met percentages/indicaties cannabinoïden, zuren & terpenen die op wetenschappelijke wijze zijn geanalyseerd, onder vermelding van doseringsindicaties & gebruiksrisico’s, valt onder wetenschappelijke voorlichting, wat zowel ten behoeve van medische en therapeutische toepassing van cannabis als voor persoonlijk gebruik wordt verstaan vanuit de strekking van dit specifieke wetsartikel.

Opiumwet 3b lid 2 / Wet Camulet (camulet is een antieke term voor vredespijp; een tegenhanger van ‘het zwaard’ van wet Damocles) betreft het wetsartikel welke een uitzondering is op het affichiëringsverbod (3b lid 1). In de kern gaat het hierbij om het -verplicht- verstrekken van valide ingrediëntinformatie (met doseerindicaties en gebruiksrisico’s) op de verpakking bij de gedoogde verkoop. Daarbij is kwaliteitscontrole het vertrekpunt vanuit het hogere belang van de volksgezondheid, zodat consumenten vooraf weten wat de werkzame stoffen zijn van de aangeboden cannabis van bekende kweek herkomst en op basis van ‘informed consent’ (geïnformeerde zelfbeschikking) een verantwoorde aankoopkeuze kan worden gemaakt, inclusief daarbij gevrijwaard te blijven van toegevoegde additives, zoals pesticiden. Bij alle producten ten behoeve van consumptie staat op de verpakking aangegeven wat de ingrediënten zijn. Aangezien cannabis als opiumwetmiddel psychotrope stoffen bevat, waaraan bij consumptie gevolgen voor de volksgezondheid verbonden kunnen zijn, is het curieus en eigenlijk onverantwoord dat er onder het huidige beleid nog geen cannabisetiket met valide ingrediëntinformatie en gebruiksrisico’s wordt verstrekt, al is de schadelijkheid van cannabis relatief beperkt (RIVM, 2009). Al heeft de overheid een duidelijke rol bij de totstandkoming van het drugsbeleid en is de Opiumwet opgesteld ter bescherming van de volksgezondheid, ziet ze het echter (vooralsnog) als taak van burgers en maatschappelijke organisaties om informatie over verantwoord gebruik en preventie rond de consumptie van cannabis te realiseren.

-Bij een kamervraag van Marith Volp (PvdA) in 2015 of de overheid verantwoordelijkheid dient te nemen voor kwaliteitscontrole m.b.t. de gedoogde verkoop van cannabis stelde de toenmalige Minister Van der Steur (VVD) dat de overheid hiervoor niet aansprakelijk is. Verantwoordelijkheid dragen is echter niet alleen terug te brengen tot aansprakelijkheid, maar impliceert ook ruimte bieden om hierop een deugdelijk antwoord kunnen geven. Het rapport ‘Cannabis & internationaal recht’ van professor Van Kempen en onderzoekster Federova (Radboud Universiteit, mei 2016) op verzoek van een aantal Joint Regulation gemeenten, vermeldt een bevestiging om kwaliteitscontrole bij het vormgeven van toekomstig cannabisbeleid voorop te stellen. Dit is conform de wet Camulet voorstaat met het verstrekken via wetenschappelijke methodiek vastgestelde etiketinformatie, daar cannabis een middel met psychotrope kwaliteiten betreft waar bij gebruik diverse gevolgen voor de volksgezondheid aan verbonden kunnen zijn. De studie van de Radboud Universiteit bekijkt kwaliteitscontrole daarbij specifiek vanuit de optiek van positieve mensenrechtenverplichtingen, citaat: “…roept de vraag op of het zonder kwaliteitscontrolesysteem toestaan van consumentenverkoop van cannabis voor recreatief gebruik niet in strijd is met de verplichtingen tot bescherming onder het recht op gezondheid” (pag. 45). De Radboud Universiteit geeft na een eerder rapport dus in tweede instantie duidelijk een ander antwoord dan het kabinet onder Rutte II.

Voor het verstrekken van deugdelijke en representatieve ingrediëntinformatie per gram gedoogd verkochte cannabis is i.v.m. een valide bemonstering naar het lab gecontroleerde teelt noodzakelijk. Bij de handhaving op Opiumwet 3b lid 2 zijn de wet Algemeen Bestuursrecht art. 4.81 en de Gemeentewet art. 180 aan de orde, aangezien het coffeeshopbeleid een lokale inbedding kent. Het 4.81 artikel verwijst naar een eigenstandige bevoegdheid van de burgemeester om beleidsregels onder zijn of haar gedelegeerde taak vorm te geven en het 180 artikel betreft hierbij de controlerende taak van de gemeenteraad.

Bij de implementatie van dit curieuze wetsartikel middels een beoogde onderzoekspilot om te komen tot een valide kwaliteitscontrole en het verstrekken van etiketinformatie op de verpakking voor het gedoogde verkoop moment, valt het testen van cannabis in het lab onder de werkingssfeer van een opiumontheffing, waarbij er een chemisch analytische opiumontheffingsgrond geldt (persoonlijke communicatie kantoor Procureurs Generaal, 2010).

Research gericht op het ontwikkelen van Camuletbeleid valt in juridisch opzicht onder Opiumwet 3b lid 2, de uitzondering op het affichiëringsverbod, omdat er geen reclame voor opiumwetmiddelen mag worden gemaakt, maar wel de mogelijkheid is voor valide etiketinformatie bij cannabis vanwege ‘het verstrekken van informatie vanwege medische en wetenschappelijke doeleinden’ (persoonlijke communicatie mr. Veldman, 2010). Alleen is een juridische ontheffingsruimte vanuit de Opiumwet tot op heden hierbij qua beleidskader m.b.t het gedoogbeleid niet benut. Er is binnen de context van het gedoogbeleid nog nooit een opiumontheffing aangevraagd voor het realiseren van valide kwaliteitscontrole ten behoeve van de gedoogde verkoop vanuit en ten behoeve van de strekking van de handhaving op een specifiek opiumwetsartikel. Door het verstrekken van valide etiketinformatie op basis van een wetenschappelijke analyse bij de gedoogde verkoop in het coffeeshopbeleid op te nemen, wordt de mogelijkheid geboden om de scheiding der markten te kunnen borgen, daar er een duidelijke scheidslijn komt met de zwarte markt c.q. de illegale straathandel, omdat straatdealers geen etiketinformatie en dus deugdelijke voorlichting kunnen verstrekken, maar wel zwaardere spullen in de aanbieding hebben. Camuletbeleid heeft vanuit volksgezondheidsoptiek met de ‘informed consent’ etiketinformatie zodat consumenten geïnformeerde aankoopkeuzen kunnen doen, in de kern een intrinsieke betekenis om de scheiding der markten te kunnen borgen.

-Het verstrekken van wetenschappelijk verantwoorde etiketinformatie bij de gedoogde verkoop, zodat consumenten in staat zijn geïnformeerde aankoopkeuzen te doen (nav informed consent -dan wel bij eventuele kleinschalige zelfvoorziening vanuit zelfbeschikking-) zal vanuit een research-context vooral de randvoorwaarden voor een deugdelijke methodiek voor kwaliteitscontrole in ogenschouw nemen, in het bijzonder m.b.t validiteit, betrouwbaarheid & representativiteit.

Vanaf 1999 is in Nederland alleen een lab-analyse van aangeboden cannabis via de gedoogde verkoop mogelijk gemaakt bij de jaarlijkse THC Monitor door het Trimbos Instituut, waarbij gemiddelde waarden (percentages/concentraties) worden aangegeven. Coffeeshops worden onder het huidige gedoogbeleid namelijk (vooralsnog) niet/nauwelijks toegestaan cannabis bij een officieel lab op samenstelling te laten testen vanwege een clandestiene juridische status van de herkomst van de softdrugs, terwijl harddrugs zoals cocaïne of heroïne wel bij diverse (DIMS) testpunten op samenstelling kan worden onderzocht. Vanuit methodologisch oogpunt geeft de Trimbos monitor de veranderingen van de gemiddelde verkoopprijzen aan en een gemiddeld percentage van werkzame stoffen van hasj en wiet via samples van ad random circa 50 Nederlandse coffeeshops m.b.t cannabinoïden:

  • THC (psychoactief)
  • CBD (niet psychoactief & heeft een corrigerende werking op THC)
  • CBN (degradatieproduct van THC, zegt iets over hoe jong/oud de cannabis is)

Een gemiddeld percentage (mg/g) geeft echter niet aan wat er in de specifieke gram zit die consumenten in de coffeeshop halen, evenmin wordt er informatie over geurstoffen (terpenen) van diverse cannabissoorten verstrekt bij de jaarlijkse monitor. Terpenen zijn echter wel van belang voor de werkzaamheid van cannabis en de ervaring bij de consumptie; vanuit de huidige stand van de wetenschap is de interferentie van cannabinoïden en terpenen ook wel bekend als ‘het entourage effect’ (Russo, 2011).

De informatie door de jaarlijkse Trimbos monitor heeft methodologisch gezien een beperkte validiteit naar de consument (meten wat je wilt weten) ten aanzien van voorlichting over hasj en wiet naar coffeeshops en consumenten, die immers nog steeds verstoken blijven van betrouwbare en representatieve informatie over werkzame stoffen en de geurstoffen per gram bij de aangeboden cannabis bij de gedoogde verkoop; want een consument weet niet wat er in en op de op de gram zit die in de coffeeshop wordt gehaald.

In Amerikaanse staten waar cannabis is gelegaliseerd, wordt de cannabis via dispensaries veelal met etiketinformatie verstrekt, het gaat dan om de cannabinoïden THC en CBD en een enkele keer ook om de terpenen. Echter is er bij de legalisering in deze Amerikaanse staten geen eenduidige testmethodiek via bijvoorbeeld een conforme monografie en gecontroleerde bemonstering naar het lab georganiseerd, waardoor het probleem van ‘testresultaten op bestelling’ is ontstaan en/of wordt door telers met een ‘license’ een bepaald monster aan het lab verstrekt, waarvan vermoed wordt dat die een hoge THC waarde heeft, met in het achterhoofd de consument die ‘getting the most for your buck’ mentaliteit heeft. Dit nog los van diverse lab-testmethoden als koude en warme manieren van analyse (HPLC versus GC of MS) oplosmiddelen en referentiestoffen voor de bemonstering en de decarboxilatie (verhittingstemperatuur waarbij plantzuren in actieve stoffen worden omzet) die van invloed kunnen zijn op de foutmarges van de testresultaten en dus de betrouwbaarheid (herhaalbaarheid) van de etiketinformatie in de dispensary. De verstrekte informatie over de samenstelling van de aangeboden cannabis in dispensaries in deze Amerikaanse staten is daardoor niet per definitie als betrouwbaar te kenschetsen (MaHarry & Borchardt, 2017).

Gecontroleerde teelt en de bemonstering naar een wetenschappelijk lab t.b.v. het verstrekken van valide en representatieve etiketinformatie per gram onder de wet Camulet, onderscheidt zich methodisch enerzijds van een monitoringsysteem à la Trimbos, waarbij alleen gemiddelde percentages aan werkzame stoffen worden aangegeven en dus geen valide info per gram aan een cannabisconsument wordt verstrekt. Anderzijds onderscheidt de methodiek bij de wet camulet-aanvliegroute zich middels een drievoudige controle ook van de methodiek van gestandaardiseerde ge-gammastraalde medicinale cannabis, waarbij in principe (binnen een vastgestelde foutmarge) elke batch standaard dezelfde werkzame stoffen dient te hebben, wat bij Camuletbeleid niet het uitgangspunt is. Variatie van aanbod voor de gedoogde verkoop zal diverse cannabisconsumenten bedienen onder Camuletbeleid, zolang een consument bij het aankoopmoment maar geïnformeerd wordt over percentages werkzame stoffen (cannabinoïden, zuren en terpenen) met doseerindicaties en gebruiksrisico’s bij de aangeboden grammen om tot een geïnformeerde aankoopkeuze te kunnen komen.

Representatieve etiketinformatie (bij een ‘informed consent’ premisse) en variatie van het aanbod is voor de gedoogde verkoopcontext het normatieve uitgangspunt onder Camuletbeleid. In geval van standaardisering van aangeboden cannabis, zoals onder het medicinale programma bij de gedoogde verkoop, is er een risico van uitlek naar de zwarte markt, daar aangeboden gestandaardiseerde geteelde soorten cannabis bij de gedoogde verkoop de consument niet hoeven aan te staan en/of te weinig keuzemogelijkheid biedt.

Voor het kunnen verstrekken van representatieve informatie per gram aangeboden wiet (en hasj en aanverwante producten) is homogenisering van de teelt van belang, waarbij per batch/oogst qua genetica stekken van een zelfde moederplant onder dezelfde groei en droogcondities worden gehanteerd, omdat anders alleen een gemiddelde aan werkzame stoffen kan worden aangegeven i.p.v. representatieve bemonstering met etiketinformatie per gram (persoonlijke communicatie prof. Rob Verpoorte). Wat betreft het aanbod van buitenlandse hasj, die circa 20 procent van de markt uitmaakt, zou die gewoon gedoogd kunnen blijven, aldus (wijlen) Eberhard van der Laan. Aangezien ten op zichte van nederwiet oorspronkelijke buitenlandse hasj over het algemeen relatief veel CBD cannabidiol bevat, die een corrigerende werking heeft op de high door THC, zou het terzijde schuiven van deze productsoort vanuit volksgezondheidoptiek onverstandig zijn. Trimbos stelt daarover: ‘Maatregelen die de beschikbaarheid van hasj zouden tegengaan zouden echter ongewenste gevolgen kunnen hebben, zoals een verschuiving in het gebruik van producten met veel CBD ten opzichte van de hoeveelheid THC naar producten met veel THC en weinig CBD’. Het testen van buitenlandse hasj (en aanverwante producten) voor het verstrekken van valide ingrediëntinformatie vanuit wet camulet-optiek zal een andere bemonstering vergen dan wiettoppen. Geperste hasjblokken zijn qua samenstelling daarbij homogener dan wiettoppen, aldus Hoitink, NFI laborant bij de hoorzitting in de Tweede Kamer op 6 oktober 2014 over het maximeren van het THC gehalte.

Binnen de coöperatie LeLi Holland zullen aangesloten kwekers training en intervisie krijgen in de richtlijnen van GAP/good agricultural practise ten behoeve van de homogene kweek in het kader van de methodiek voor valide en representatieve bemonstering naar het lab, zoals bij de biologie faculteit Universiteit Leiden of Rikilt in Wageningen.